ODV berekeningen en fiscale oprenting in 2025 en 2026
Heeft u een oudedagsverplichting (ODV) in uw BV? Dan bent u verplicht om deze jaarlijks fiscaal correct op te renten. Daarbij is niet alleen het rentepercentage van belang maar ook de methode van berekenen. Fouten komen in de praktijk regelmatig voor en kunnen vervelende fiscale gevolgen hebben. Wees er daarom zeker van dat u de juiste ODV-berekening toepast, zowel bij de jaarlijkse oprenting, de balanswaardering als bij de omzetting van het ODV-kapitaal in periodieke uitkeringen. Of besteed deze berekeningen met vertrouwen uit.
Zoekt u de juiste rente of berekeningsmethode voor uw ODV?
De ODV wordt jaarlijks verhoogd met een bij ministeriële regeling bepaalde marktrente. Deze rente is wettelijk voorgeschreven en kan niet naar eigen inzicht worden aangepast. Voor het jaar 2025 is deze vastgesteld op: 2,602% en voor het jaar 2026 bedraagt deze: 2,593%. Het correct toepassen van deze rente is essentieel voor de fiscale juistheid van de ODV.
Oprenting in de uitstelfase (de ODV-uitkeringen zijn nog niet ingegaan)
In de uitstelfase, waarin de uitkeringen nog niet zijn ingegaan, kan de ODV op twee manieren worden opgerent, namelijk:
- De ODV wordt óf jaarlijks verhoogd nadat een volledig jaar is verstreken (waarbij de omzettingsdatum van het pensioen in eigen beheer naar een ODV geldt als het jaarlijkse herberekeningsmoment), óf
- Telkens aan het einde van het boekjaar van het eigenbeheerlichaam.
Beide methoden zijn toegestaan, mits deze consequent en fiscaal correct worden toegepast. Wanneer de omzettingsdatum, zoals bedoeld bij methode 1, niet op 1 januari valt, moet rekening worden gehouden met een zogenoemd gewogen gemiddelde marktrente. Wordt echter methode 2 toegepast, en is de balansdatum van de BV waarin de ODV is ondergebracht 31 december, dan kan voor het gehele jaar de van toepassing zijnde marktrente worden gehanteerd. Het gebruik van een gemiddeld marktrentepercentage is dan niet nodig.
📌 Wilt u zeker weten dat uw ODV in de uitstelfase fiscaal correct wordt opgerent en berekend? ▶️ Vraag dan hier eenvoudig en snel een ODV-berekening bij ons aan.
ODV-uitkering en uitkeringsperiode oudedagsverplichting
Als hoofdregel geldt dat een oudedagsverplichting (ODV) wordt uitgekeerd vanaf het moment dat de DGA zijn of haar AOW-leeftijd bereikt. De standaard uitkeringsperiode bedraagt 20 jaar. De ODV-uitkering kan naar keuze maandelijks, per kwartaal, per halfjaar of jaarlijks plaatsvinden.
Afwijking van de AOW-leeftijd
Afhankelijk van de situatie kunnen de ODV-termijnen ook vóór of na het bereiken van de AOW-leeftijd ingaan. Het moment waarop de uitkeringen starten, heeft dan wel gevolgen voor de duur van de ODV-uitkeringsperiode.
De gemaakte keuzes ten aanzien van de ingangsdatum, uitkeringsfrequentie en duur van de ODV-uitkeringsperiode worden in de praktijk vastgelegd in een uitkeringsovereenkomst. In deze overeenkomst worden de afspraken schriftelijk vastgelegd, zodat voor alle betrokkenen — waaronder de DGA, de BV en de Belastingdienst — duidelijk is welke afspraken er zijn gemaakt en op welke wijze de ODV wordt uitgekeerd.
Heeft u behoefte aan een uitkeringsovereenkomst die aansluit bij uw specifieke situatie en voldoet aan de fiscale vereisten? Neem dan gerust contact met ons op. Wij stellen deze uitkeringsovereenkomst graag voor u op.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:
- Wordt de eerste ODV-termijn maximaal vijf jaar vóór de AOW-leeftijd uitgekeerd, dan wordt de standaard uitkeringsperiode van 20 jaar verlengd met het aantal jaren tussen de eerste uitkering en het bereiken van de AOW-leeftijd. Er is dan sprake van een verlengde ODV-uitkeringsperiode.
- Wordt de eerste ODV-termijn binnen twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd uitgekeerd, dan blijft de uitkeringsperiode 20 jaar.
- Was de ODV-gerechtigde op het omzettingsmoment ouder dan de AOW-leeftijd plus twee maanden, dan moest de ODV direct ingaan. In dat geval wordt de standaard uitkeringsperiode van 20 jaar verkort met het aantal jaren tussen het bereiken van de AOW-leeftijd en de eerste uitkering. Er is dan sprake van een verkorte ODV-uitkeringsperiode.
- Zowel een verlengde als een verkorte ODV-uitkeringsperiode mag worden afgerond op hele maanden of hele jaren. Belastingtechnisch kan afronding naar boven gunstiger zijn.
- De eerste ODV-jaaruitkering wordt vastgesteld door de beginstand van de ODV, na toepassing van de juiste oprenting, te delen door de vastgestelde ODV-uitkeringsperiode. Voorbeeld: Op de AOW-leeftijd bedraagt de ODV, inclusief oprenting, € 200.000. Bij een standaard uitkeringsperiode van 20 jaar bedraagt de eerste ODV-jaaruitkering dan € 200.000 gedeeld door 20, oftewel € 10.000 per jaar.
- De dag waarop de ODV-uitkeringen voor het eerst zijn ingegaan noemt men de uitkeringsverjaardag. Ieder jaar moet op deze dag de ODV-uitkering worden herberekend.
- De omvang van de volgende ODV-jaaruitkering wordt vastgesteld door de beginstand van de ODV aan het begin van het uitkeringsjaar, na toepassing van de juiste oprenting, te delen door de resterende ODV-uitkeringsperiode. Voorbeeld: De uitkeringsverjaardag is 1 juli en de gewogen marktrente bedraagt 2,630%. Na uitkering van de eerste ODV-jaaruitkering van € 10.000 resteert een ODV-kapitaal van € 190.000. Dit bedrag wordt vervolgens opgerent met de gewogen marktrente, wat resulteert in een oprenting van € 4.997. De beginstand van de ODV voor jaar 2 bedraagt daarmee € 194.997. De ODV-jaaruitkering voor het tweede uitkeringsjaar wordt vastgesteld door dit bedrag te delen door de resterende uitkeringsperiode van 19 jaar: € 194.997 / 19 = € 10.263 per jaar.
- Op de ODV-uitkeringen moet door de B.V. loonbelasting worden ingehouden en afgedragen. Tevens moet de lage premie Zvw worden ingehouden als werknemersheffing.
- Als de ODV-uitkering niet tijdig ingaat, dat wil zeggen uiterlijk binnen twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd, wordt de ODV fiscaal onzuiver. In dat geval volgt een fiscale sanctie waarbij de volledige ODV-aanspraak ineens progressief wordt belast. Daarnaast is 20% revisierente verschuldigd (een vorm van boeterente).
Zekerheid over uw ODV berekening?
Wilt u voorkomen dat u werkt met een onjuiste rente of berekeningsmethode? Vraag dan nu eenvoudig een fiscaal correcte ODV- berekening aan via ons aanvraagformulier.
ODV die al is ingegaan: waardering en winstbepaling
Wanneer de ODV-uitkeringen zijn ingegaan, gelden er naast de jaarlijkse vaststelling van de ODV-jaaruitkering nog aanvullende aandachtspunten. Zo moet de oudedagsverplichting ook worden gewaardeerd op de balansdatum van de BV. Dit is van belang voor een juiste fiscale winstberekening en het opstellen van een fiscaal juiste jaarrekening.
Bij het bepalen van de fiscale winst moet de BV de lasten van de jaarlijkse oprenting van de ODV toerekenen aan het boekjaar waarop deze oprenting betrekking heeft. Dit gebeurt volgens de regels van goed koopmansgebruik.
Vindt de oprenting van de ODV niet plaats op de (fiscale) balansdatum – meestal is dit 31 december - dan moet het deel van de oprenting dat betrekking heeft op de periode tot aan die balansdatum worden meegenomen in de fiscale winst van dat boekjaar. Het overige deel van de oprenting wordt verwerkt door op de fiscale eindbalans een zogenoemde transitorische passiefpost op te nemen.
In de praktijk zien wij dat juist bij een ingegane ODV regelmatig fouten ontstaan, bijvoorbeeld door een onjuiste toerekening van de oprenting, een verkeerde waardering op de balansdatum of het niet correct verwerken van transitorische posten. Dit kan leiden tot herstelwerk, fiscale correcties en discussie bij de vaststelling van de fiscale winst.
Wilt u zekerheid dat uw ingegane ODV fiscaal correct wordt gewaardeerd en verwerkt in de winstberekening? Laat uw ODV-berekening dan uitvoeren door een specialist. Met één muisklik vraagt u bij ons een correcte en onderbouwde ODV-berekening aan.
⬇️ Download hier het vragenformulier
1. Download het vragenformulier.
2. Vul uw gegevens volledig in.
3. Stuur het formulier naar: info@transparans.nl
Tarieven 2026 – ODV-berekeningen door Transparans
Wilt u zekerheid over een fiscaal correcte ODV-berekening? Transparans is gespecialiseerd in ODV-berekeningen en werkt helder en efficiënt. U weet vooraf precies waar u aan toe bent.
💡Vraagt u een ODV-berekening aan via één van de aanvraagformulieren op onze website, dan gelden de volgende tarieven:
- Balanswaardering ODV (nog niet ingegaan): 99,-
- Balanswaardering ODV (ingegaan): 99,-
- Berekening hoogte nieuwe ODV-uitkering: 99,-
- Combinatie van balanswaardering en berekening nieuwe ODV-uitkering: 149,-
Deze vaste tarieven gelden wanneer alle relevante gegevens volledig en in één keer worden aangeleverd. Zo kunnen wij uw ODV snel en zorgvuldig voor u berekenen. Advieswerkzaamheden vallen buiten deze tarieven. Alle bedragen zijn exclusief 21% btw.
Wist u dat (slim omgaan met uw ODV)?
ODV-aanspraken en erfbelasting
ODV-aanspraken zijn in beginsel vrijgesteld van erfbelasting. Dit betekent dat over de waarde van de ODV geen erfbelasting wordt geheven bij overlijden van de DGA. Ontvangt de partner de ODV-uitkeringen, dan moet wel rekening worden gehouden met zogenoemde imputatie op de vrijstelling voor de erfbelasting. Dit is vergelijkbaar met de regels die gelden bij pensioenuitkeringen. De waarde van de ODV-uitkeringen wordt dan betrokken bij de beoordeling van de beschikbare vrijstelling.
Ontvangen daarentegen andere erfgenamen, zoals kinderen, de ODV-uitkeringen, dan is geen sprake van imputatie. In dat geval blijft de erfbelastingvrijstelling volledig in stand. Om die reden kan het, afhankelijk van de situatie, fiscaal aantrekkelijk zijn om de ODV-aanspraken toe te laten komen aan de kinderen in plaats van aan de langstlevende partner. Hoewel de ODV-aanspraken zijn vrijgesteld van erfbelasting, moeten zij civielrechtelijk wel worden meegenomen bij de afwikkeling van de nalatenschap.
Overdracht van de ODV-verplichting aan een andere BV
Een oudedagsverplichting (ODV) kan worden overgedragen van de ene BV naar een andere BV, mits het gaat om een regulier in Nederland belastingplichtig lichaam. Bij een dergelijke overdracht geldt als hoofdregel dat de ODV-verplichting wordt overgedragen tegen de boekwaarde op het moment van overdracht. De overdracht van de ODV moet altijd schriftelijk worden vastgelegd. Dit is van belang om duidelijkheid te verschaffen voor alle betrokken partijen en om te voldoen aan de fiscale en civiel juridische vereisten.
De BV, waarin de ODV-verplichting wordt ondergebracht, kan ook een BV van de kinderen zijn. Vanuit estate- en taxplanning kan dit in bepaalde situaties een interessante optie zijn, bijvoorbeeld wanneer met het ODV-vermogen een hoger rendement wordt behaald dan de wettelijk voorgeschreven oprenting.
Mijn BV heeft onvoldoende vermogen om de ODV (volledig) te kunnen uitkeren
Als de financiële middelen van de BV niet voldoende zijn om de volledige ODV-uitkeringen te kunnen uitbetalen spreekt men over “onderdekking”. De vraag is dan: hoe te handelen? De wetgever biedt in dat geval twee mogelijkheden. 1. Prijsgeven van (een deel van) de ODV op de ingangsdatum en 2. Prijsgeven van (een deel van) de ODV verplichting bij afstorting in een lijfrente. In beide situatie geldt wel dat er alleen kan worden prijsgegeven als de onderdekking is veroorzaakt door reguliere ondernemingshandelingen. Dus niet als het tekort is veroorzaakt door dividenduitkeringen in de afgelopen jaren, terugbetaling van aandelenkapitaal of (oninbare) vorderingen op de dga of aan hem verwante personen.
1. Prijsgeven van (een deel van) de ODV op de ingangsdatum
Van onderdekking bij een oudedagsverplichting is sprake wanneer de waarde van de bezittingen van de BV, op de ingangsdatum, minder bedraagt dan 75% van de ODV-verplichting. De dekkingsgraad wordt vastgesteld door de waarde in het economische verkeer van de bezittingen (activa) af te zetten tegen de fiscale waarde van de ODV-verplichting en de overige schulden (met inachtneming van de civielrechtelijke rangorde).
De bezittingen en schulden worden gewaardeerd op hun werkelijke waarde. De ODV-verplichting wordt daarbij voor de fiscale waarde meegenomen. Indien sprake is van een tekort van meer dan 25% kan het deel van de ODV dat niet kan worden uitgekeerd, het zogenoemde niet voor verwezenlijking vatbare deel, eenmalig en evenredig worden prijsgegeven.
Dit prijsgeven leidt onder voorwaarden niet tot heffing van loon- of inkomstenbelasting. Het vrijgevallen bedrag wordt wel tot de winst van de BV gerekend. In de aangifte vennootschapsbelasting over het boekjaar waarin de vermindering van de aanspraken plaatsvindt, maakt het eigenbeheerlichaam hiervan melding.
Het verzoek tot afstempeling moet vooraf worden ingediend bij de inspecteur, waarbij alle relevante stukken volledig worden aangeleverd. Daarnaast moeten alle betrokken partijen, waaronder de ODV-gerechtigden, de werkgever, het bestuur en de aanmerkelijkbelanghouder(s), schriftelijk instemmen met de vermindering van de aanspraken.
2. Prijsgeven van (een deel van) de ODV verplichting bij afstorting in een lijfrente
Het is ook toegestaan om alle aanwezige bezittingen van het eigenbeheerlichaam aan te wenden voor de aankoop van een lijfrente(product) bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling. Omdat de BV in onderdekking verkeert, zal niet de volledige ODV-verplichting kunnen worden afgestort. Het resterende deel van de ODV kan bij liquidatie van de BV worden prijsgegeven zonder heffing van loon- en inkomstenbelasting (mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan).
Deze voorwaarden houden onder meer in dat:
- de onderdekking het gevolg is van normale ondernemingsrisico’s en niet van bijvoorbeeld dividenduitkeringen of oninbare vorderingen op de DGA of diens familie;
- alle beschikbare bezittingen van de BV te worden aangewend voor het verkrijgen van een lijfrente(product);
- het resterende deel van de ODV niet leidt tot een informele kapitaalstorting of verhoging van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang;
- de BV direct na de afstorting wordt geliquideerd.
Het resterende deel van de ODV-verplichting wordt in dat geval aangemerkt als niet voor verwezenlijking vatbaar. Het prijsgeven daarvan heeft dan geen fiscale sancties tot gevolg. Voorafgaande afstemming met de inspecteur van de belastingdienst is noodzakelijk om ongewenste fiscale gevolgen te voorkomen. De beschreven afwikkeling is onder voorwaarden ook mogelijk wanneer de ODV-uitkeringen al zijn ingegaan.
ℹ️ Wilt u meer weten over het afstorten van uw ODV in een lijfrenteproduct? Lees hier dan meer over.
In de praktijk ervaren veel DGA’s en hun adviseurs dit traject als complex. Transparans heeft ruime ervaring met de afwikkeling van ODV’s bij onderdekking en begeleidt dit proces zorgvuldig en fiscaal correct. Wilt u meer weten of een afspraak inplannen? Neem dan gerust contact met ons op.
ODV afkopen
Voor een oudedagsverplichting (ODV) gelden strikte fiscale spelregels. Deze zijn vastgelegd in de Wet op de loonbelasting 1964, zie de artikelen 38n (tekst 31 december 2019) en 38p. Wordt in strijd met deze regels gehandeld, dan treden fiscale sancties in werking.
Wanneer de waarde van een ODV in één keer wordt opgenomen, wordt niet voldaan aan de fiscale voorwaarden. De ODV wordt dan fiscaal onzuiver. Het gevolg is dat de volledige waarde ineens wordt belast in box 1 tegen het progressieve tarief van de inkomstenbelasting. Daarnaast is 20% revisierente verschuldigd over de volledige fiscale waarde van de ODV op het moment van afkoop. De totale belastingdruk kan hierdoor oplopen tot circa 70%.
Heeft u de AOW-leeftijd bereikt en wilt u toch relatief snel over (een deel van) het ODV-kapitaal beschikken, dan kan afstorting van de ODV in een lijfrente een alternatief zijn. In tegenstelling tot de ODV geldt daarbij niet per definitie een uitkeringsduur van 20 jaar. Onder voorwaarden is ook een kortere uitkeringsperiode, bijvoorbeeld vijf jaar, mogelijk. Daarbij moet strikt worden voldaan aan de fiscale spelregels.
De adviseurs van Transparans beoordelen graag samen met u welke mogelijkheden in uw situatie fiscaal verantwoord en passend zijn. Meer weten? Neem dan gerust contact met ons op of maak een afspraak.
Dit nieuwsartikel is opgesteld op basis van de situatie per 3 januari 2026.