Eigen beheer pensioen (actuariële pensioenberekening 2020 en overige aandachtspunten)

Pensioen in eigen beheer, alles wat u moet weten over het dga pensioen

Vanaf medio 2017 is het voor een directeur-grootaandeelhouder (dga) niet langer mogelijk om pensioen in de eigen B.V. op te bouwen (ook wel eigen beheer pensioen genoemd). De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer kent gelukkig wel een overgangsregeling voor het eigen beheer pensioen dat tot 1 juli 2017 is opgebouwd. Tot 1 januari 2020 bestond er nog de mogelijkheid om het opgebouwde pensioen af te kopen of om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). Ruim 67% van alle dga’s – met eigen beheer pensioen – heeft van deze keuzemogelijkheid gebruik gemaakt. Uit een opgaaf van het ministerie van Financiën blijkt dat er nu nog ruim 50.000 dga’s zijn die hun pensioen niet hebben afgekocht of omgezet in een ODV. Voor al deze personen – en hun adviseurs – is het volgende van belang.

Het is belangrijk om te onderkennen dat – afgezien van het verbod op verdere aangroei van het pensioen - alle oude fiscale regels onverkort van toepassing blijven. Zo moet bijvoorbeeld de pensioenverplichting nog steeds op basis van actuariële grondslagen in de balans van de pensioen B.V. worden opgenomen (volgt uit artikel 3.29 Wet IB 2001). Dit betekent dat er jaarlijks een actuariële pensioenberekening moet worden gemaakt. Dit geldt zowel voor ingegane als uitgestelde pensioenaanspraken.  

Het jaar 2020 is bijna ten einde. Dit betekent dat het tijd wordt om de jaarrekening 2020 op te gaan maken. Wat moet u weten over de jaarlijkse pensioenberekening en welke aandachtspunten zijn er nog meer rondom de eigen beheer pensioenaanspraak? Hierna zetten wij de belangrijkste aandachtspunten en tips voor u op een rij.

Wat moet altijd doen?

Zorg ervoor dat de pensioenverplichting voor het juiste bedrag in de jaarrekening wordt opgenomen. Per balansdatum moet er daarom een actuariële pensioenberekening worden gemaakt. Actuarieel wil zeggen dat men rekening moet houden met leven- en sterftekansen alsmede met rente. Voor de aangifte vennootschapsbelasting dient men de fiscale rekengrondslagen te hanteren. Hierbij moet verplicht een rekenrente van 4% worden gehanteerd. Met kosten en toekomstige indexaties mag geen rekening worden gehouden. Ook het toepassen van leeftijdsterugstellingen is in principe niet toegestaan.

Hoewel de actuariële methode al sinds 1 januari 1995 verplicht is voorgeschreven komen wij in de praktijk nog steeds situaties tegen waarbij de voorziening niet, of alleen met 4% rente, wordt bijgeplust. Op de website van de belastingdienst staat de volgende waarschuwing: laat de bv de actuariële waardering achterwege, dan kunnen wij dit zien als een vorm van prijsgeven van de rechten. En dat betekent dat de waarde in het economisch verkeer van de gehele pensioenaanspraak belast wordt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Deze tekst laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Zonder actuariële waardering loopt u het risico dat de volledige (commerciële) pensioenaanspraak ineens, progressief belast wordt en er bovendien 20% revisierente moet worden afgedragen.

Voorkom dit soort fiscale sancties en zorg voor een juiste actuariële pensioenwaardering. Wij maken graag de juiste actuariële pensioenberekening eigen beheer voor u. U hebt al een actuariële pensioenberekening vanaf € 95.

✅Bestellen gaat eenvoudig. Laat hier een terugbelverzoek achter en wij nemen binnen 24 uur contact met u op.

Welke aandachtspunten zijn er nog meer?

1. Wordt de overeengekomen indexatie juist toegepast?

In veel pensioenovereenkomsten waarbij het pensioen wordt uitgevoerd door de eigen pensioen B.V. is de afspraak gemaakt dat het pensioen wordt geïndexeerd. Dit kan zijn met een vast percentage – bijvoorbeeld 2 of 3% - of op basis van de prijs- of loonindex. Als hier verder geen duidelijke beperkende voorwaarden zijn overeengekomen dan moet de pensioen B.V. de indexatie jaarlijks toepassen. Wordt dit nagelaten dan ziet de belastingdienst dit als afzien van pensioen en gelden dezelfde fiscale sancties als hiervoor beschreven). Check uw pensioenovereenkomst(en) op dit punt nog eens en controleer of de indexatie nu en in het verleden wel juist is toegepast.


2. Uitstel van eigen beheer pensioen nog steeds mogelijk

Hoewel in de pensioenovereenkomst een pensioenleeftijd wordt genoemd – meestal 60, 65 of 67 jaar – biedt de fiscale wetgeving de dga wel de mogelijkheid om het eigen beheer pensioen uit te stellen. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als u het pensioen nog niet nodig hebt of als u liever wacht totdat u de AOW-leeftijd hebt bereikt en zodoende minder belasting over de pensioenuitkering hoeft te betalen. Bij uitstel van pensioen is het belangrijk dat dit tijdig en schriftelijk wordt vastgelegd (in de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders en in een addendum bij de pensioenovereenkomst). Ook moet op grond van artikel 18a, lid 5 Wet LB 1964 het pensioen actuarieel worden herrekend (verhoogd).

Ook hier is de actuariële herrekening weer essentieel. Laat men dit na dan ziet de belastingdienst dit als ‘afzien’ hetgeen weer leidt tot fiscale sancties. Zie ook V&A 11-027. Uitstel is overigens niet onbeperkt mogelijk. Het ouderdomspensioen moet uiterlijk ingaan op het moment dat de gerechtigde de leeftijd bereikt die 5 jaar hoger is dan de voor hem of haar geldende AOW-leeftijd.


3. Dividend uitkeren in combinatie met eigen beheer pensioen

Wellicht overweegt u om een dividend uit te keren. Als u op dit moment nog een eigen beheer pensioen in de B.V. hebt ondergebracht, moet u rekening houden met het volgende. Sinds 1 oktober 2012 geldt het nieuwe BV-recht. Hierin wordt onder meer bepaald dat het uitkeren van dividend alleen mogelijk is na goedkeuring door het bestuur van de B.V. Het bestuur op haar beurt moet toetsen of de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door de dividenduitkering. Voor deze toetst is het noodzakelijk om de bezittingen en schulden van de B.V. te waarderen. Het eigen beheer pensioen moet hierbij verplicht op basis van de waarde in het economisch verkeer gewaardeerd worden (commerciële waarde volgens de benaderde marktwaarde methode van de fiscus). Dit is duidelijk een heel andere waarderingsmethode dan die waarbij de fiscale pensioenverplichting wordt berekend. De fiscale pensioenberekening is dan ook niet bruikbaar voor de ‘dividendtoetst’. Hiervoor zal op datum waarop het dividend zal worden uitgekeerd, een actuariële pensioenberekening op commerciële grondslagen gemaakt moeten worden.

De rekengrondslagen van deze commerciële berekening verschillen op veel punten van die van de fiscale berekening. Zo moet men bijvoorbeeld verplicht rekening houden met de huidige lage marktrente. En hoe lager de rente des te hoger de verplichting en des te minder ruimte er is voor een dividenduitkering. Als er toch dividend wordt uitgekeerd terwijl dit op basis van de ‘dividendtoets’ eigenlijk niet mogelijk was, en hierdoor het eigen beheer pensioen of het stamrecht niet meer volledig kan worden uitgekeerd, dan ziet de belastingdienst dit ook als (gedeeltelijk) afkoop van pensioen. Het gevolg is dat de gehele pensioenaanspraak ineens belast zal worden en er 20% revisierente verschuldigd zal zijn. Reken in dit geval op een heffing van zo’n 70% over de commerciële waarde.

Meer over dit onderwerp leest in V&A 12-008 van de belastingdienst. Wilt u een actuariële pensioenberekening ontvangen die u kunt gebruiken voor de ‘dividendtoetst’ neem dan snel contact met ons op. Tijdens kantooruren is ook onze helpdesk via telefoonnummer 0742550345 bereikbaar. Meestal hebt u de gevraagde berekening dan binnen 48 in huis. 100% fiscaal proof.


4. Kloppen de partnergegevens nog wel?

In nagenoeg alle pensioenovereenkomsten van een dga wordt er ook een partnerpensioen overeengekomen. Hierbij wordt soms daadwerkelijk een partner genoemd. In de meeste gevallen wordt volstaan met een definitie van degene die voor de pensioenovereenkomst als partner wordt verondersteld. Bij de berekening van de actuariële pensioenverplichting (zowel fiscaal als commercieel) moet rekening worden gehouden met dit partnerpensioen.

Als de partner komt te overlijden of als het huwelijk door echtscheiding wordt ontbonden - dan wel de samenleving eindigt - dan heeft dit mogelijk ook gevolgen voor het partnerpensioen. En dus op de waardering hiervan. Controleer daarom altijd of de partner van de dga nog steeds recht heeft op partnerpensioen en/of deze nog in leven is. Overigens kan een reeds opgebouwd partnerpensioen in het kader van een echtscheiding niet zonder fiscale sancties worden prijsgegeven. Een oplossing kan dan zijn om het partnerpensioen uit te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen of toe te wijzen aan de nieuwe partner. Wilt u advies over dit onderwerp of hebt u een actuariële pensioenberekening nodig? Laat het ons weten. Wij helpen u graag.


5. Help, mijn B.V. heeft onvoldoende middelen om het eigen beheer pensioen te kunnen uitkeren!

Voor veel dga’s was het eigen beheer pensioen een interessante mogelijkheid om de vennootschapsbelasting te drukken. De werkelijke doelstelling van eigen beheer pensioen is - volgens de belastingdienst - echter niet anders dan die van een reguliere pensioenregeling. Namelijk: een voorziening voor de oude dag en eventuele nabestaanden. Toch kan het dan voorkomen dat de B.V. over onvoldoende middelen beschikt om de pensioenuitkeringen te kunnen verrichten. Welke mogelijkheden zijn er dan?                          

Zomaar de uitkeringen verlagen of stoppen met uitkeren is niet aan te bevelen. De sanctiebepalingen van artikel 19b Wet LB 1964 zijn op dit punt berucht. De belastingdienst biedt een aantal mogelijkheden. Wij zullen deze hierna kort behandelen.

Afzien van pensioenaanspraken in eigen beheer is slechts mogelijk als de pensioenaanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is. Er moet dan een dwingende maatschappelijke reden zijn om af te zien van de pensioenaanspraken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn faillissement, schuldsanering of surséance van betaling. Er zal in de visie van het ministerie van Financiën niet snel sprake zijn van ‘niet voor verwezenlijking vatbare rechten’. Als hier geen sprake van is dan dient de B.V. de pensioenen net zo lang uit te keren tot ‘de pot leeg is’.

Als op de ingangsdatum van het pensioen blijkt dat de vermogenspositie van de pensioen B.V. ontoereikend is om alle pensioenverplichtingen na te komen dan bestaat er de mogelijkheid om het pensioen af te stempelen. Als men aan alle voorwaarden voldoet dan treden er geen fiscale sancties op en hoeft men over het afgestempelde gedeelte geen belasting te betalen (zie besluit BLKL 2013/27M). Het moet dan wel gaan om een situatie waarbij de dekkingsgraad van het pensioen 75% of lager is. Voor de berekening van de dekkingsgraad zijn rekenregels opgesteld. Onze pensioenadviseurs weten precies hoe deze berekeningen gemaakt moeten worden en welke procedures doorlopen moeten worden.


6. Pensioen B.V. opheffen

De laatste jaren zijn er steeds meer dga's die willen stoppen met hun B.V. Bijvoorbeeld omdat men gestopt is met ondernemen, de kosten te hoog worden of omdat er geen activiteiten meer in de onderneming worden verricht. Als er op de balans van de B.V. dan nog een pensioenverplichting staat is het oppassen geblazen. Allereerst zal de pensioenaanspraak van de dga dan moeten worden overgedragen aan een andere (fiscaal) toegelaten pensioenuitvoerder. Bijvoorbeeld een pensioenverzekeraar. Men noemt dit het afstorten van de pensioenverplichting. Zomaar afzien van het pensioen bij de B.V. leidt tot fiscale sancties en is dus niet aan te raden.

Bij het afstorten van de pensioenverplichting moet niet de fiscale waarde worden overgedragen maar de pensioenaanspraak. In 99% van de gevallen gaat het om een zogenaamde uitkeringsovereenkomst waarbij de jaarlijkse pensioenuitkering vaststaat. Deze pensioenaanspraak moet dan worden ingekocht bij een externe pensioenuitvoerder. Deze zal op basis van de huidige marktomstandigheden een prijs bepalen (commerciële grondslagen rekening houdend met de lage rentestand en indexatie). Het komt regelmatig voor dat de commerciële prijs 3 tot 4 keer hoger is dan de fiscale pensioenverplichting. Deze meerprijs is voor de B.V. overigens wel een fiscale aftrekpost. Echter, veel dga's hebben hier geen rekening mee gehouden en de pensioen B.V. heeft vaak onvoldoende middelen om de afstortingskoopsom te kunnen betalen.

Een pensioenadviseur die op dit punt terzake kundig is kan in dit soort situaties veel voor u betekenen. Hij kan u inzicht geven in de mogelijkheden en in overleg treden met pensioenverzekeraars en de fiscus om zodoende tot een oplossing te komen. Ook kan hij zorgen voor een juiste vastlegging. De pensioenconsultants van Transparans hebben veel ervaring met het opheffen van een pensioen B.V. en alles wat daarbij komt kijken en helpen u graag.

✔️Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie. Wist u dat het ook is toegestaan om het pensioen te vervroegen en dan een beroep op deze mogelijkheid te doen?

Dit nieuwsbericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 december 2020.

Snel actuariële pensioenberekening bestellen