Top 6 vragen van werkgevers over het pensioenakkoord aan onze pensioenadviseurs

Dit zijn de 6 meest gestelde vragen over het pensioenakkoord

In de zomer van 2019 is het pensioenakkoord gesloten met nieuwe afspraken over pensioen en de AOW. Het nieuwe pensioenstelsel krijgt steeds meer vorm. Nieuwe wetgeving is inmiddels ingevoerd of in de maak. Wij merken dat veel werkgevers vragen hebben over het pensioenakkoord. Wij zetten hieronder de 6 meest gestelde vragen voor u op een rij. Deze vragen hebben betrekking op werkgevers die hun collectieve pensioenregeling voor de medewerkers via een pensioenverzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) hebben geregeld.

1. Wat omvat het pensioenakkoord en wanneer gaan de nieuwe regels gelden?

Het pensioenakkoord is de naam voor een totaalpakket van afspraken en maatregelen om het Nederlandse pensioenstelsel te hervormen. De belangrijkste onderdelen hieruit zijn: hervorming van het pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd (conceptwetsvoorstel toekomst pensioenen), de AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog en de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen.

Sinds 1 januari 2021 maakt de nieuwe RVU-regeling het voor werkgevers mogelijk om werknemers vanaf maximaal 3 jaar voor hun AOW-leeftijd een maandelijkse vergoeding te geven van ten hoogste
€ 1.847,- (bruto). Zo kunnen werknemers eerder stoppen met werken.

De verruiming voor het verlofsparen is ook al per 1 januari 2021 ingevoerd. Met een verlofspaarregeling kunnen werknemers vanaf nu maximaal 100 weken verlof bij elkaar sparen. Hiermee kunnen zij dan eerder stoppen met werken of een langere periode verlof opnemen om bijvoorbeeld een studie te gaan volgen of een sabbatical in te lassen.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het vanaf 1 januari 2022 mogelijk zou worden om, op de pensioendatum, maximaal 10% van de waarde van het ouderdomspensioen ineens op te nemen. Echter, uitvoeringstechnisch blijkt dit allemaal toch wat bewerkelijker dan op voorhand werd aangenomen. Daarom is besloten om dit onderdeel uit de wet pas vanaf 1 januari 2023 mogelijk te maken.

De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd is al sinds 1 januari 2020 van kracht en regelt dat de AOW-leeftijd in de toekomst minder snel zal stijgen.

Het conceptwetsvoorstel toekomst pensioenen is omvangrijk en omvat ingrijpende wijzigingsvoorstellen voor het pensioenstelsel. Met name de overstap naar leeftijdsonafhankelijke premies en de daarbij behorende pensioenopbouw en de hervorming van het nabestaandenpensioen hebben veel impact. Het conceptwetsvoorstel is eind 2020 gepubliceerd en middels internetconsultatie kon iedereen hierop reageren. Dit leverde ruim 800 reacties op. Aanvankelijk was het de bedoeling om per 1 januari 2022 de wet te laten ingaan. Dit bleek gezien de grote belangen en de complexiteit uiteindelijk toch niet mogelijk. Inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen wordt nu per 1 januari 2023 verwacht. De Wet voorziet ook in een overgangstermijn die oorspronkelijk op 1 januari 2026 zou aflopen. Het overgrote deel van de werkgevers en werknemers moeten immers hun pensioenovereenkomst aanpassen. Nu is besloten om ook de overgangstermijn met 1 jaar op te schuiven.

2. Wat betekent dit voor de pensioenopbouw van de medewerkers?

Het goede nieuws is dat met het nieuwe pensioenstelsel geen versobering wordt beoogd. Dit betekent dat de fiscale pensioenambitie ongewijzigd blijft, namelijk: iemand moet in 40 jaar tijd een pensioen – werkgeverspensioen plus AOW - kunnen opbouwen ter grootte van 75% van zijn of haar gemiddelde salaris.

De eindloon- en middelloonregeling gaan verdwijnen. In de opbouwfase heb je zodoende geen zekerheid meer over de hoogte van je ouderdomspensioen. Tot 2027 opgebouwde pensioenaanspraken – volgens het eindloon- of middelloonsysteem – blijven behouden. Vanaf 2027 is de beschikbare premieregeling feitelijk nog de enigste pensioenregeling die mag worden gebruikt. Hierbij staat het premiebedrag vast, maar de hoogte van het uiteindelijke ouderdomspensioen niet.

De premie zal vanaf 2027 leeftijdsonafhankelijk worden bepaald. Nu is het nog meestal zo dat men werkt met een premiestaffel waarbij het percentage toeneemt naarmate men ouder wordt. Dit laatste is vanaf 2027 verboden. Het gevolg van een gelijkblijvende premie is dat je pensioenopbouw lager wordt naarmate je ouder wordt (men noemt dit ook wel een degressieve pensioenopbouw).

Het partner- en wezenpensioen is door de jaren heen behoorlijk complex geworden en vervalt meestal als een medewerker voor de pensioendatum uit dienst gaat. Dit moet anders worden. Men wil dat dat het nabestaandenpensioen meer wordt gestandaardiseerd – partnerpensioen bedraagt 50% van het salaris ongeacht de diensttijd – en dat het begrijpelijker wordt en risico’s worden verkleind.

3. Moet ik mijn werknemers en de ondernemingsraad (OR) nu al informeren?

De definitieve wetgeving die gaat over het werkgeverspensioen is nog in de maak. Het is de verwachting dat deze vanaf 1 januari 2023 gaat gelden. Er is bovendien sprake van een overgangsperiode. Vanaf 2027 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de nieuwe wetgeving. Voor deze datum moeten pensioenregelingen worden aangepast op de punten waarop zij niet voldoen aan de nieuwe wetgeving.

Voor werkgevers is het belangrijk om allereerst te bekijken welke wijzigingen er noodzakelijk zijn. Vervolgens moet worden bepaald hoe de nieuwe pensioenregeling eruit moet komen te zien. Een werkgever kan de pensioenregeling in principe niet eenzijdig wijzigen. Hiervoor is instemming van de OR nodig alsmede instemming van iedere individuele medewerker. Zodra er duidelijkheid is over de nieuwe wetgeving en de aanpassingen die noodzakelijk zijn is het verstandig om hierover in overleg te treden met de OR en de medewerkers. Laat u hierbij goed adviseren.

4. Mijn pensioencontract loopt binnenkort af. Moet ik nu al rekening houden met de nieuwe pensioenwetgeving?

Hoewel het nieuwe pensioenstelsel nog niet tot in detail en wettelijk is vastgelegd is het wel verstandig om hier - op hoofdlijnen - nu alvast rekening mee te houden als u een nieuwe pensioenregeling afsluit. Dit geldt ook in geval uw huidige pensioenovereenkomst afloopt en een nieuwe moet afsluiten. Lange contracttermijnen – na 2026 – zijn in dit geval niet handig (dit verplicht u om gedurende de contractperiode opnieuw in onderhandeling te gaan met de pensioenuitvoerder en de medewerkers).

5. Heeft het pensioenakkoord ook gevolgen voor het aanvullend privépensioen dat ik via een lijfrente aan het opbouwen ben?

Veel ondernemers bouwen een aanvullend privépensioen op via een lijfrenteregeling. Ook werknemers die geen, of een matige, pensioenregeling hebben kiezen vaak voor deze mogelijkheid. Voor deze groep is er goed nieuws. De fiscale ruimte om premies in te leggen, en deze af te trekken voor de belasting, wordt aanzienlijk vergroot. Hierdoor kan men een hoger aanvullend privépensioen bij elkaar sparen of beleggen waaraan de fiscus ook nog eens meebetaalt. Het premiepercentage stijgt naar verwachting van 13,3% naar 30%.   

Let op: op dit moment is dit nog geen wet. In 2021 is het percentage dat gebruikt wordt voor de jaarruimteberekening derhalve nog steeds 13,3%. Wilt u hier meer over weten? Neem dan gerust contact op met een van onze pensioenadviseurs.  

6. Ik heb nu nog een middelloonpensioenregeling voor de medewerkers. Mag deze ook na 2026 nog blijven doorlopen?

Van belang is om te onderkennen dat alle verzekerde pensioenaanspraken die tot 2027 worden opgebouwd in een middelloonregeling gerespecteerd worden. Van afstempelen of invaren van pensioenrechten – zoals dit bij pensioenfondsen kan voorkomen – is dus geen sprake. 

Verder voorziet het wetsvoorstel in een overgangsrecht voor verzekerde pensioenregelingen. Voor bestaande premieovereenkomsten en verzekerde middelloonregelingen is dit geregeld in het voorgestelde artikel 220e (Pensioenwet) en artikel 38q (Wet LB 1964). Of u gebruik kunt maken van het overgangsrecht is van verschillende factoren afhankelijk. Bespreek samen met een goede pensioenadviseur de mogelijkheden. Kijk hierbij ook goed naar de effecten op de lange termijn.

Vragen of advies nodig?

Zorg dat u zich goed voorbereid op het nieuwe pensioenstelsel en laat u goed voorlichten. Pensioenverzekeraars en premiepensioeninstellingen zullen zeker vanuit hun zelf met aanpassingsvoorstellen komen. Werkgevers zijn echter zelf verantwoordelijk voor het wijzigen van de pensioenregeling. Wilt u een gesprek met ons over de pensioenregeling van uw werknemers? ✔️Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Wij nemen graag de tijd voor u.

Dit nieuwsartikel is opgesteld naar de stand van zaken per 20 mei 2021.