Verplichte AOV voor zelfstandigen, weer een stap dichterbij

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen (zzp, dga en meewerkende echtgenoten)

In het Pensioenakkoord – van juni 2019 – werd het al aangekondigd. De overheid wil dat alle zelfstandigen verplicht verzekerd zijn tegen langdurig inkomensverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Minister Koolmees is hier voortvarend mee aan de slag gegaan en heeft afgelopen september de Stichting van de Arbeid gevraagd om met een voorstel te komen hoe deze verzekeringsplicht het beste kan worden ingevuld. Het uitgangspunt is dat er een betaalbare, toegankelijke en verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering komt voor alle zelfstandigen. Op 3 maart 2020 is het adviesrapport door de Stichting van de Arbeid gepresenteerd. Hieruit valt goed op te maken welke richting het nu opgaat. Bent u zelfstandige, of adviseert u zelfstandig ondernemers, dan is het belangrijk dat u hiervan goed op de hoogte bent. Door tijdig te anticiperen kunt u in voorkomende gevallen ook geld besparen of betere voorwaarden bedingen. Graag vertellen wij u hieronder meer over.

Waarom een AOV-verzekeringsplicht?

Zelfstandigen hebben sinds 2004 te maken met een gat in de sociale zekerheid. Toen werd namelijk de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen afgeschaft voor nieuwe gevallen. Een zelfstandige heeft hierdoor geen recht meer op een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanuit de overheid (behoudens bijstand). Het aantal zelfstandigen is de laatste jaren spectaculair gegroeid. Uit onderzoek blijkt dat het percentage zelfstandigen dat zich heeft verzekerd tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid juist afneemt. In 2018 had slechts 19% van de zelfstandig ondernemers een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een groot deel van de niet verzekerden komt in grote financiële problemen als zij langdurig arbeidsongeschikt worden. De overheid wenst deze groep beter te beschermen. De verzekeringsplicht moet ook afwenteling van kosten en risico’s op de samenleving verminderen.

Voor welke groep zelfstandigen gaat dit gelden?

De Stichting van de arbeid stelt in haar rapport voor om de verzekeringsplicht toe te passen op de volgende groep zelfstandigen:

  1. Zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp) met winst uit onderneming;
  2. Beroepsbeoefenaren (die resultaat uit overige werkzaamheden genieten);
  3. Directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) zonder personeel;
  4. Meewerkende echtgenoten.

Met name de DGA en de meewerkende echtgenoten zijn wat ons betreft verrassend te noemen. Als zelfstandigen werknemers in dienst hebben – en zij optreden als werkgever – dan krijgen zij niet te maken met de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Iedereen die tot de hiervoor genoemde groep behoort doet er dus goed aan om de gevolgen voor hem of haar in beeld te brengen.

Wat is verzekerd?

De verplichte verzekering biedt een uitkering van maximaal 70% van het laatstverdiende inkomen. Hierbij wordt het inkomen gemaximeerd tot € 30.000 per jaar.

Voorbeeld hoogte verzekerd bedrag
Bas is zelfstandig ondernemer en zijn winst uit onderneming bedraagt € 40.000. De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering geeft dan een maximale uitkering van € 1.750 bruto per maand (70% x € 30.000 : 12).

Er zal een standaard wachttijd gelden van 52 weken. Dit betekent dat er gedurende het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid geen uitkering wordt gedaan. Deze periode zal de zelfstandige zelf moeten overbruggen (bijvoorbeeld: financiële buffer, via broodfonds of inkomen van partner). In het voorstel wordt de zelfstandige de mogelijkheid geboden om een andere wachttijd te kiezen. Hierbij zijn er 2 alternatieven, te weten: een wachttijd van 26 of 104 weken. Een andere wachttijd heeft ook gevolgen voor de premie (hoe korter de wachttijd hoe hoger de premie). Of de uitkering jaarlijks wordt aangepast aan de loon- of prijsontwikkeling – zoals meestal bij private arbeidsongeschiktheidsverzekeraars het geval is – wordt uit het rapport niet duidelijk.

De verzekeringsplicht geldt totdat de zelfstandige de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.  

Wie voert de verplichte verzekering uit?

Het is de bedoeling dat het UWV belast wordt met de uitvoering van de verplichte verzekering. Als het aan de Stichting van de Arbeid ligt wordt de WIA als uitgangspunt genomen voor de wijze waarop een arbeidsongeschiktheidssituatie zal worden beoordeeld. Hierbij is ‘gangbare arbeid’ de toetsnorm. Bij ‘gangbare arbeid’ wordt bij de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid rekening gehouden met alle werkzaamheden die iemand nog zou kunnen uitvoeren. Hierbij wordt dan niet gekeken naar het huidige beroep en eventuele werkervaring. Als zelfstandigen een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten via een private verzekeraar dan kiezen zij bijna altijd voor een AOV waarbij ‘beroepsongeschiktheid’ de toetsnorm is. Onderstaand voorbeeld laat duidelijk het verschil zien tussen beide methoden.

Voorbeeld belang van arbeidsongeschiktheidscriterium
Een zelfstandige dierenarts blijkt na enkele jaren allergisch te zijn voor dieren. De vraag is nu: is hij arbeidsongeschikt? Op basis van het criterium ‘gangbare arbeid’ is hij niet arbeidsongeschikt. Hij kan immers nog steeds arbeid verrichten (alleen niet meer als dienrenarts). Op basis van het criterium ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’ is hij wel arbeidsongeschikt en komt hij in aanmerking voor een uitkering (hij kan immers zijn beroep dat in de polis wordt genoemd niet meer uitoefenen).

Let op: de WIA kent een uitkeringsdrempel van 35%. Dit betekent dat als iemand minder dan 35% arbeidsongeschikt is hij of zij geen uitkering ontvangt. Veel private arbeidsongeschiktheidsverzekeraars hanteren een uitkeringsdrempel van 25%.

Het UWV zal ook verantwoordelijk worden voor de re-integratie van een arbeidsongeschikte zelfstandige. Met de re-integratie moet al aan het begin van de wachttijd worden begonnen. Twee weken voordat de eerste uitkering zal plaatsvinden volgt er nog een keuring.

De belastingdienst zal verantwoordelijk zijn voor de premie-inning. Hierbij zal op basis van de belastingaangifte door de belastingdienst worden bepaald hoeveel premie er moet worden betaald voor het afgelopen jaar.

Aanvullingen en alternatief voor verzekeringsplicht

De verplichte AOV heeft betrekking op een maximaal bruto-inkomen van € 30.000 per jaar. Wat nu als een zelfstandige een hoger bedrag wil verzekeren? Men vindt het belangrijk dat zelfstandigen, met een inkomen boven de grens van € 30.000, zich aanvullend kunnen verzekeren. Deze extra verzekering wordt echter niet uitgevoerd door het UWV. Men moet daarom via een private arbeidsongeschiktheidsverzekeraar deze aanvullende regeling afsluiten.

Het gevolg hiervan is dat dan ook de basisverzekering – zeg maar de verplichte AOV tot maximaal
€ 30.000 – via de private arbeidsongeschiktheidsverzekeraar wordt afgesloten. Zo heeft de zelfstandige slechts te maken met één uitvoerder.

Het doel van de verzekeringsplicht is om alle zelfstandigen te beschermen tegen langdurig inkomensverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Als een zelfstandige via een private arbeidsongeschiktheidsverzekeraar een minimaal gelijkwaardige AOV afsluit dan voldoet hij of zij ook aan de verzekeringsplicht. Hierbij worden dan de volgende eisen gesteld:

  • Het risico van arbeidsongeschiktheid moet minstens net zo goed worden afgedekt als via de verplichte AOV die het UWV gaat uitvoeren.
  • Dit betekent: minimaal dezelfde dekking, eindleeftijd en premie.

Met name de eis dat de premie niet lager mag zijn dan de premie van de UWV-variant is opmerkelijk te noemen. Overstappen naar een private arbeidsongeschiktheidsverzekeraar om zodoende een premievoordeel te behalen wordt – behoudens overgangssituaties – hiermee voorkomen. Verzekeraars zullen in voorkomende gevallen melding doen aan de belastingdienst zodat deze op de hoogte is van het feit dat de zelfstandige al zelf een private AOV heeft afgesloten en zij niet nogmaals premie in rekening gaan brengen.

Wat is de premie voor de AOV ZZP?

De exacte premie staat nu nog niet vast. Men geeft momenteel aan dat, op basis van de standaardverzekering waarbij een wachttijd van 52 weken geldt, de premie naar schatting 8% van het inkomen zal zijn. Deze premie zal fiscaal aftrekbaar zijn. Op basis van de belastingtarieven van 2020 betekent dit een teruggaaf van minimaal 37,35%.

Hoe verhoudt deze premie zich nu ten opzichte van de premies die private AOV-aanbieders rekenen (zeg maar de markttarieven). Wij hebben dit aan de hand van een drietal voorbeeld zelfstandigen voor u uitgezocht.

Vergelijking UWV-variant en marktpartijen

Mark, zelfstandig consultant ICT, 35 jaar, € 30.000 inkomen
- Premie via UWV € 2.400 per jaar
- Premie via private verzekeraar (Allianz) € 1.189 per jaar

Brigitte, zelfstandig fysiotherapeut, 45 jaar, € 30.000 inkomen
- Premie via UWV, € 2.400 per jaar
- Premie via private verzekeraar (Amersfoortse) € 2.181 per jaar

Paul, zelfstandig hypotheekadviseur, 50 jaar, € 30.000 inkomen
- Premie via UWV, € 2.400 per jaar
- Premie via private verzekeraar (Avéro Achmea) € 1.483 per jaar

N.B. in dit voorbeeld hebben wij bewust voorbeelden gebruikt met allemaal hetzelfde inkomen (maximumbedrag voor de verplichte AOV). In alle gevallen geldt er een eigen risicotermijn van 1 jaar en een eindleeftijd van 67 jaar. Bij de private verzekeraars hebben wij een gelijkblijvende premie berekend. Ten opzichte van de UWV-variant is de dekking op een aantal punten beter. Zo hebben wij de premies bij de private aanbieders berekend op basis van ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’, geldt er een uitkeringsdrempel van 25% en bedraagt de indexatie van de uitkering (na ingang: 2% of CBS-index).

⚠️ De conclusie is dat als een zelfstandige nu normaal gezond is en het geld beschikbaar heeft hij of zij beter een private arbeidsongeschiktheidsverzekering kan afsluiten. Dit is van belang voor het onderwerp dat wij hierna zullen behandelen.

Overgangsregeling

Wat nu als iemand al een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten? Moet deze persoon dan ook verplicht overstappen of zijn er alternatieven? De Stichting van de Arbeid stelt voor om op een eerbiedigende manier om te gaan met zelfstandigen die nu al een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten.

In de praktijk betekent dit dat zij niet hoeven over te stappen naar de publieke verzekering die door het UWV wordt uitgevoerd. Hierbij geldt dan als voorwaarde dat de bestaande verzekering tenminste dezelfde dekking, eigen risicotermijn en eindleeftijd heeft zoals verplicht is voorgeschreven. Ons lijkt het vreemd dat dan ook de eis wordt gesteld dat de premie tenminste gelijk is aan die van de UWV-variant. Helemaal duidelijk wordt dit niet vanuit het voorstel. Wat wel duidelijk wordt is dat zogenaamde broodfondsen niet voldoen als adequaat alternatief. Zij bieden immers maar gedurende een korte periode dekking (de eis is tot AOW-leeftijd).

Hoe nu verder?

Het ziet er steeds meer naar uit dat er nu eindelijk een verplichte AOV voor zelfstandigen gaat komen. Deze verplichting geldt dus niet alleen voor de zzp-ers maar ook voor DGA's zonder personeel en meewerkende echtgenoten. Voor zelfstandigen met een minder goede gezondheid is dit goed nieuws. Zij kunnen zich nu meestal niet, of alleen met beperkende voorwaarden, verzekeren. Omdat de verplichte AOV geen onderscheid maakt naar leeftijd, beroep en gezondheidstoestand betekent dit dat met name de groep die nu jong en gezond is en een minder zwaar beroep heeft straks wel een flink hogere premie gaat betalen (in vergelijking met de markttarieven van private AOV-aanbieders). Zij kunnen mogelijk al anticiperen op de aangekondigde maatregelen door nu al een private AOV af te sluiten die minimaal voldoet aan de eisen zoals deze in dit artikel worden beschreven en vervolgens een beroep te doen op het overgangsregime.

Zelfstandigen die nu op zoek zijn naar een passende arbeidsongeschiktheidsverzekering doen er goed aan om alvast rekening te houden met de verwachte nieuwe wetgeving. Een eindleeftijd van 60 jaar of een eigen risicotermijn van 2 jaar voldoet dan niet. Ook moet worden bedacht dat de voorwaarden van een private AOV in de regel aanzienlijk gunstiger uitpakken voor een zelfstandige als deze arbeidsongeschikt zou worden.

De bal ligt nu weer bij Minster Koolmees. De eerste stap die moet worden gezet is het schrijven van een wetsvoorstel. Via onze website houden wij u op de hoogte van de verdere voortgang.

Hebt u naar aanleiding van dit nieuwsartikel behoefte aan extra informatie of wilt u weten welke arbeidsongeschiktheidsverzekering het beste bij u past? Neem dan gerust contact met ons op of maak vrijblijvend een afspraak met een van onze AOV-specialisten.

Dit nieuwsartikel is opgesteld naar de stand van zaken per 18 mei 2020.