Conceptwetsvoorstel 'bedrag ineens' gepubliceerd

Belofte uit Pensioenakkoord wordt ingelost: gedeeltelijke afkoop pensioen wordt mogelijk

In het Pensioenakkoord is onder andere afgesproken dat mensen meer keuzevrijheid krijgen ten aanzien van de aanwending van hun ouderdomspensioen. Uitgangspunt hierbij is dat het mogelijk moet worden om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van de waarde van de ouderdomspensioenaanspraak te kunnen opnemen als een bedrag ineens. Op 18 november 2019 is het conceptwetsvoorstel waarin dit wordt geregeld ter consultatie aangeboden. Tot 9 december 2019 kon men reageren op het nieuwe voorstel. Het is de verwachting dat de nieuwe wet – met eventueel wat aanpassingen naar aanleiding van de internetconsultatie en nadat de Eerste en Tweede Kamer hierover hebben gestemd - met ingang van 1 januari 2022 in werking gaat treden.

Wat betekent dit concreet?

Afkoop van een deel van het ouderdomspensioen op de pensioeningangsdatum wordt een keuzerecht voor de deelnemers. De pensioenuitvoerder is verplicht om mee te werken als de gerechtigde hierom verzoekt. De nieuwe wet beoogt deelnemers in de uitkeringsfase meer flexibiliteit te bieden in de aanwending van hun pensioenvermogen. Het pensioeninkomen kan zodoende beter worden afgestemd op de persoonlijke leefsituatie en bestedingsbehoefte. Uit onderzoek blijkt immers dat pensioengerechtigden in de eerste jaren na pensionering hogere uitgaven hebben dan daarna. Fiscaal is gedeeltelijke opname van de waarde van je pensioen 'afkoop'. Thans is dit nog slechts bij uitzondering en in heel specifieke situaties toegestaan.

Vorm en voorwaarden

Mensen die gebruik willen maken van de nieuwe afkoopmogelijkheid moeten hierbij wel de volgende voorwaarden in acht nemen.  

  • Maximaal 10% van de waarde van de ouderdomspensioenaanspraak mag op de pensioeningangsdatum als een bedrag ineens worden opgenomen (afkoop).
  • Afkoop is alleen toegestaan op het moment dat het ouderdomspensioen ingaat. In geval van deeltijdpensioen mag maximaal 10% van de waarde van het ouderdomspensioen dat ingaat als een bedrag ineens worden opgenomen.
  • Samenloop met een hoog-laagconstructie (bijvoorbeeld 100:75) is niet toegestaan.
  • De resterende levenslange ouderdomspensioenuitkering moet na het moment van afkoop hoger zijn dan de afkoopgrens zoals deze in onder meer artikel 66 van de Pensioenwet wordt genoemd. In 2020 bedraagt de afkoopgrens € 497,27 per jaar.

Men mag zelf beslissen waaraan men het afkoopbedrag gaat besteden. Bijvoorbeeld: aflossen van de hypotheek, aanpassen van de woning, aankoop van een andere auto, zorgvoorzieningen, een schenking aan de kinderen of een mooie reis.

Voor welke oudedagsvoorzieningen geldt dit?

Naast het ouderdomspensioen dat in de tweede pijler wordt opgebouwd – zeg maar het pensioen dat men via de werkgever opbouwt – moet de nieuwe afkoopmogelijkheid ook gaan gelden voor ouderdomspensioen dat in eigen beheer wordt gehouden alsmede voor netto pensioenaanspraken. Directeur-grootaandeelhouders die een aanspraak op een OudeDagsVerplichting (ODV) hebben kunnen géén gebruik maken van de nieuwe faciliteit. Consumenten die een oudedagsvoorziening in de derde pijler (lijfrenteverzekering, bancaire lijfrente of beleggingslijfrente) hebben geregeld wordt ook de mogelijkheid geboden om op de ingangsdatum maximaal 10% van de waarde van de aanspraak als bedrag ineens op te nemen.

Is de uitkering netto?

Als iemand gebruik maakt van het nieuwe keuzerecht dan moet over het deel dat wordt afgekocht wel belasting worden betaald. Als men zich verder netjes aan de voorwaarden houdt dan is er geen revisierente verschuldigd.

Voorbeeld

Luuk bereikt deze maand zijn pensioenleeftijd en heeft aanspraak op een ouderdomspensioen van € 10.000 bruto per jaar. Als de nieuwe wet ongewijzigd in werking treedt dan kan hij op dit moment maximaal 10% van de waarde van de aanspraak op ouderdomspensioen als een bedrag ineens opnemen. Het gaat hier dan om de (contante)waarde van € 1.000 bruto-ouderdomspensioen per jaar. Stel dat de waarde van deze pensioenaanspraak € 18.000 bedraagt. Het gevolg is dat het bruto-inkomen van Marc eenmalig wordt verhoogd met € 18.000. Hier betaalt hij volgens het progressieve tarief belasting over. Het restant – nadat de belasting is betaald – kan Marc naar eigen inzicht besteden. Het gevolg is verder dat zijn jaarlijkse levenslange pensioeninkomen wordt verlaagd van € 10.000 naar € 9.000 per jaar.

Overige effecten 

Een gedeeltelijke afkoop heeft fiscale gevolgen voor de gerechtigde. Het verzamelinkomen wordt in het jaar van afkoop verhoogd met het afkoopbedrag. Dit kan effect hebben op de hoogte van de te betalen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (denk aan progressie belastingtarieven in box 1 en afname van algemene heffingskortingen in geval van een hoger inkomen alsmede mogelijk een lagere ouderenkorting). Ook kan een hoger inkomen gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke sociale zekerheidsuitkeringen en toeslagen.

Informatieverstrekking over het keuzerecht

Een goede informatievoorziening vanuit de pensioen- of lijfrente-uitvoerder is van groot belang. De deelnemer moet tijdig op de hoogte worden gebracht van de afkoopmogelijkheid. Ook moeten de gevolgen die de gedeeltelijke afkoop heeft inzichtelijk worden gemaakt. Voor pensioen is dit reeds geborgd in de huidige wet- en regelgeving. Voor lijfrente zal hier nog aanvullende wet- en regelgeving nodig zijn.

Onze visie

Wat ons betreft is dit het meest spectaculaire onderdeel uit het wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Het zorgt ervoor dat de deelnemers meer keuzevrijheid krijgen en hun financiële planning beter kunnen inregelen. Wij gaan de verdere ontwikkelingen met belangstelling volgen en houden u op de hoogte van de voortgang. Hebt u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan gerust contact op met Ernst Strengers.